Niet alle werken vereisen een stedenbouwkundige vergunning in Brussel. Het besluit van 13 november 2008, het zogenaamde vrijstellingsbesluit, somt limitatief de handelingen en werken van geringe omvang op die vrijgesteld zijn van vergunning.
Principe: het vrijstellingsbesluit van 13 november 2008
Het BWRO (Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening) bepaalt dat sommige handelingen en werken vrijgesteld kunnen worden van stedenbouwkundige vergunning. De belangrijkste voorwaarde: ze mogen niet in strijd zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften (BBP, GSV, GemSV, verkavelingsvergunning).
Voldoen de werken aan de voorwaarden van het besluit, maar wijken ze af van een stedenbouwkundige verordening, dan blijft een stedenbouwkundige vergunning nodig (met een aanvraag tot afwijking).
Vrijgestelde binnenwerken
Verbouwingen en inrichtingswerken binnen zijn vrijgesteld van vergunning, op voorwaarde dat ze niet gepaard gaan met:
- Stabiliteitswerken
- Een wijziging van het aantal woningen of van de verdeling ervan
- Een wijziging van de bestemming van de ruimtes
- Een vergunningsplichtige wijziging van het gebruik
Voorbeelden: renovatie van een kamer, afbraak van een lichte scheidingswand, sanitair-, elektriciteits- of verwarmingswerken, vervanging van een vloerbekleding, binnenisolatie.
Gevels, ramen en daken
Ramen identiek vervangen: vrijgesteld als de oorspronkelijke vormen (rondingen, indelingen, opengaande en vaste delen), het materiaal, de kleur en de profilering van het schrijnwerk behouden blijven.
Kleurwijziging of muurschildering: vrijgesteld op elke gevel behalve de voorgevel, en op voorwaarde dat het gebouw niet op minder dan 20 m van een beschermd goed ligt.
Buitenisolatie van een hellend dak: vrijgesteld als de materialen en kleuren van de dakbedekking behouden blijven en de plaatsing de lichtdoorlatende oppervlakte niet verkleint.
Isolatie van een plat dak: een verhoging voor het isolatiemateriaal is mogelijk, ook voor een niet-toegankelijk extensief groendak.
Isolatie van een gemene muur of een niet-zichtbare gevel: vrijgesteld als het gebouw niet op minder dan 20 m van een beschermd goed ligt.
Tuinen, terrassen en afsluitingen
In de zone van koeren en tuinen zijn vrijgesteld van vergunning:
- Paden, terrassen, afsluitingen en huishoudelijke voorzieningen die ter hoogte van de perceelsgrens niet hoger zijn dan 1,5 m (3 m verder van de grens, onder het 45°-vlak)
- Een vrijstaand tuinhuis dat niet voor bewoning bestemd is: max. 9 m² oppervlakte (dak inbegrepen), max. 3 m hoog
- Een niet-overdekt zwembad ≤ 20 m², op min. 2 m van de perceelsgrenzen
- Het vellen van dode of kwijnende bomen (buiten beschermde zones)
De GSV legt op dat in de zone van koeren en tuinen minstens 50 % doorlaatbare oppervlakte behouden blijft.
Kleine sloopwerken
Het slopen zonder heropbouw van bijgebouwen kleiner dan 100 m² is vrijgesteld als:
- De sloop geen stabiliteitswerken aan de behouden bouwwerken vereist
- De vrijgekomen muren worden afgewerkt
- De gesloopte bouwwerken worden vervangen door koeren en tuinen
- Ze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte
Bestemmingswijzigingen
Twee gevallen van vrijstelling:
- Vrij beroep aan huis: de bewoner mag zijn kantoor in zijn woning inrichten als de gebruikte oppervlakte niet groter is dan 75 m² (of 200 m² als dat ≤ 45 % van de totale oppervlakte is) en de activiteit bijkomstig blijft bij de hoofdverblijfplaats
- Herbestemming van kamers binnen een woning: een woonkamer kan een eetkamer worden, op voorwaarde dat de ruimtes voor bewoning bestemd blijven en het aantal woningen niet verandert
Let op: grenzen van de vrijstellingen
- De vrijstellingen gelden niet voor beschermde goederen (beschermd of in beschermingsprocedure), behoudens specifieke uitzonderingen
- Wijken de werken af van de GSV, de GemSV of een BBP, dan blijft een vergunning verplicht
- Twijfelt u? Neem altijd contact op met de dienst Stedenbouw van uw gemeente voordat u met de werken begint